Sinds het begin van deze eeuw voert de Nederlandse regering een zorgbeleid dat gericht is op privatisering en minder overheidsbemoeienis. De oorzaak voor deze ingrepen ligt in het feit dat de kosten van zorg sneller groeien dan het binnenlands product en dat dit de komende jaren, indien niet ingegrepen wordt, nog verder uit de pas zal lopen in verband met de vergrijzing binnen Nederland. Door marktwerking in te voeren wil de overheid de kosten drukken en tegelijkertijd de kwaliteit verbeteren. Zij heeft hiervoor een aantal wijzigingen doorgevoerd.
De eerste grote stap binnen de intramurale zorg (zorginstellingen met verblijf) was de invoering van de diagnosebehandelcombinatie (DBC) voor bepaalde segmenten binnen de AWBZ. De DBC is een manier om de kostprijs van een behandeling te berekenen. Het doel hiervan is om de prijzen van behandelingen tussen bijvoorbeeld ziekenhuizen transparant te maken zodat patiënten en zorgverzekeraars hen goed kunnen vergelijken. Momenteel is 34% van de DBC’s vrij onderhandelbaar, maar de minister van Volksgezondheid, Welzijn & Sport wil dit snel naar 70% brengen.
Binnen de intramurale Verpleging & Verzorging is begin 2009 de bekostiging conform ZZP (Zorg Zwaarte Pakketten) ingevoerd voor andere segmenten binnen de AWBZ.
De afschaffing van het bouwregime begin 2009 was de volgend grote stap. Tot dan werden de kosten voor huisvesting van (intramurale zorg) vergoed door de overheid. Het credo van de zorginstellingen luidde dan ook “zo groot mogelijk bouwen”. Met de afschaffing van het bouwregime zijn de zorginstellingen nu zelf verantwoordelijk voor de kapitaallasten. De bouw van een nieuw ziekenhuis of verpleeg/verzorgingshuis is nu niet meer een kwestie van plannen inleveren. Nieuwbouwplannen moeten tegenwoordig klinkende businesscases zijn, die aannemelijk maken dat de kapitaallasten uit toekomstige kasstromen betaald kunnen worden en de zorginstelling een gezonde organisatie kan zijn.
Een grote verandering binnen de extramurale (“thuis”) zorg is de invoering van de Wet maatschappelijke ordening (Wmo). Waar eerder de grote zorgkantoren de aanbesteding van thuishulp deed, is dit sinds 2007 in handen van de gemeenten. Alle gemeenten krijgen een budget en kunnen naar wens, op basis van aanbesteding, verschillende zorgaanbieders contracteren. Klanten krijgen van het Centrum Indicatiestelling Zorg een bepaalde zorgzwaarte die aanduidt hoeveel zorg zij precies nodig hebben. Vervolgens worden gemeenten ingeschakeld om de goedkoopste aanbieder te selecteren. Een groot probleem deed zich voor toen bleek dat indicaties (eenvoudige huishoudelijke hulp) fors afweken van in het verleden afgegeven indicaties (hoofdzakelijk huishoudelijke hulp met een verzorgende functie) waardoor thuiszorgorganisaties teveel relatief dure werknemers in dienst hadden en te weinig relatief goedkope krachten. Hierdoor waren de kosten hoger, de inkomsten lager en volgde er binnen thuiszorgorganisaties door het hele land problemen. Nog steeds zijn er dagelijks berichten over fusies en ontvlechtingen van thuiszorgorganisaties.
Deze wijzigingen van wet- en regelgeving binnen de zorg moeten ervoor zorgen dat zorg betaalbaar blijft en beter wordt. Maar zoals aangegeven verloopt de overgang naar marktwerking niet zonder kleerscheuren. Het verbod op winstuitkering is hier mede debet aan. Het is voor instellingen in het hart van de zorg niet toegestaan om winsten uit te keren aan private investeerders. Met name voor intramurale zorginstellingen die nieuwbouw willen plegen is dit lastig, omdat banken in het huidige klimaat de risico’s met betrekking tot kapitaallasten erg groot vinden. Ze willen dan zelf niet het totale risico dragen, maar eisen ook een minimum aan eigen vermogen is. Investeerders tonen echter weinig interesse in participaties zonder mogelijkheid tot winst. Toch zijn er tal van voorbeelden, zelfs in het hart van de zorg, waarbij private organisaties zijn ontstaan. Het Slotervaartziekenhuis en de recent overgenomen IJsselmeerziekenhuizen zijn hier goede voorbeelden van. De wens om winstuitkering toe te staan is inmiddels ook door de minister geuit en biedt dus perspectief voor een deels vrije zorgmarkt in de toekomst.
Al deze ontwikkelingen bieden ook kansen voor zorginstellingen. Strategy & Finance begeleidt instellingen en zorgondernemingen op het gebied van fusies, overnames en op het gebied van financieringingsvraagstukken.
|